De Kloosterstraat, het Kloosterhof, de Kloostergang: de Tiense straatnamen verraden het religieuze verleden van de stad al een beetje. Door de jaren heen kende de stad enorm veel kloosters. Begijnen, bogaarden, alexianen, lollarden, grauwzusters, annunciaten, augustijnen: heel wat ordes passeerden de revue in Tienen.
Kabbeekklooster
Het Hof van Kabbeek was oorspronkelijk een adellijk landgoed. In 1415 werd het een klooster. Het klooster had aanzienlijke boomgaarden, tuinen en stallen. Met de komst van de Grauwzusters richtte de kloostergemeenschap zich op de zorg van zieken in de stad. In 1924 kreeg het klooster ook een volwaardig ziekenhuis, dat uitgroeide tot het professionele ziekenhuis dat we vandaag kennen.
Het poortgebouw, gelegen aan de Gilainstraat, was de hoofdtoegang tot het Kabbeekklooster. De twee vleugels op het L-vormig grondplan zijn de enige 17de-eeuwse restanten in traditionele stijl van het oorspronkelijke Augustinessenklooster van Kabbeek.
Adres: Kliniekstraat 45 in Tienen
Begijnhof
Een begijnhof was een wereld op zich. Dit kwam doordat deze hoven aan de stadsrand gelegen waren en ook ommuurd waren. Begijnen waren godvruchtige vrouwen, wonend in aparte woningen maar verenigd in een gemeenschap. Ze waren aan een mystieke regel onderworpen, maar vormden geen kloosterorde. Wel droegen ze specifieke kleding, kwamen weinig buiten hun muren en betaalden belastingen, omdat ze niet onderworpen waren aan de gelofte van armoede. Verder stonden ze onder gezag van hun oversten, de zogenaamde regentessen of grootjuffrouwen. Wat ze bezaten, behielden ze zolang ze leefden.
Vermoedelijk werd het begijnhof in Tienen rond 1240 gesticht is. Zeker is dat al in 1245 de bouwwerken aan hun kerk startten. In 1250 zegende een hulpbisschop deze in aanbouw zijnde kerk in. Door verscheidene schenkingen vergrootten de begijnen gaandeweg hun domein. Enkele oude bronnen zeggen dat de gemeenschap al snel groeide naar 300 begijnen. In 1754 bestond het Begijnhof uit maar liefst 57 huizen. Opvallend was dat vele van de begijnen van goede afkomst waren. Door de jaren heen slonk het aantal begijnen zienderogen.
Tijdens de Franse revolutie werd het begijnhof afgeschaft en kwamen de goederen in handen van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. In 1823 waren er nog slechts 27 begijntjes overgebleven. Sommigen gaven onderwijs aan arme meisjes. Het laatste begijntje, Anne Catherine Kestens, stierf op de gezegende leeftijd van 79 jaar, op 19 maart 1866. Bij bombardementen in 1944 werden de meeste huisjes van het begijnhof vernield.
Adres: Groot Begijnhof in Tienen
Cellenbroeders/Klooster der Alexianen
In de huidige Kapucijnenstraat bevond zich het kleine klooster van de Lollarden. Dit klooster werd rond 1300 door twee Brusselse broeders opgericht. Deze Lollarden hielden zich toen vooral bezig met ziekenverzorging en het begraven van doden. Vanaf 1441 werden ze Cellebroeders genoemd. Deze naam is afkomstig van het Latijnse 'cella' wat kamertje betekent, waarin de broeders zelf woonden of waar ze de zieken en krankzinnigen verzorgden. In 1589 vielen vijandelijke troepen de stad binnen en vernielden ze het klooster. Net als andere ordes werd ook deze opgeheven tijdens de Franse Revolutie. Later kwam op deze plek het weeshuis.
In de 17de eeuw schonk de stad de kloosterorde een nieuwe woonplaats in de Veldbornstraat op voorwaarde dat de broeders hun diensten aan de gemeenschap zouden voortzetten. Nieuwe gebouwen werden opgericht en in de 18de eeuw uitgebreid. Zo verrees in 1773 de kapel in Lodewijk XVI-stijl. Ook dit klooster werd niet gespaard tijdens de Franse overheersing. De broeders moesten vluchten en konden pas vijf jaar later terugkeren naar hun geplunderd klooster.
De Cellebroeders kochten daarna verschillende huizen aan. Toch was al het leed nog niet geleden. Op 30 juli 1930 ontstond er een brand in hun gebouwen, waardoor men in 1931 een nieuw gebouw diende op te trekken.
Adres: Veldbornstraat 39 in Tienen
Bogaardenklooster
De bogaarden waren de mannelijke tegenhangers van de begijnen. Qua organisatie hadden zij veel overeenkomsten met de begijnen. De groep vrome mannen werd oorspronkelijk 'beguini' genoemd, rond 1250 kwam de naam 'beghardi' in beeld. Net als hun vrouwelijke tegenhangers leefden ze in afzonderlijke woningen, gegroepeerd rond een centraal kerkgebouw. Ze droegen hetzelfde habijt en steunden elkaar door enkele taken zoals ziekenverpleging en dodenbegraving samen te organiseren.
De bogaarden waren economisch actief in de bloeiende, Brabantse textielindustrie. Ze kenden een vrij onafhankelijk bestaan, omdat ze een groot deel van hun winsten zelf mochten houden.
In de 13de en de 14de eeuw vielen ze, net als de begijnen, ten prooi aan een reeks vervolgingen op beschuldiging van ketterij. Daarna evolueerde de lekengemeenschap steeds meer naar een echte kloostergemeenschap met geestelijken en broeders. Ze namen de regel van de reguliere derde orde Sint-Franciscus aan.
Zoals zovele gebouwen in Tienen gingen ook de oorspronkelijke gebouwen tijdens de verwoesting van Tienen in 1635 volledig in vlammen op. Daarbij ging helaas ook het kloosterarchief verloren. De heropbouw volgde snel, en het klooster groeide verder uit. In de 17e eeuw breidden de kloostergoederen zich uit tot aan de achterzijde van het huidige Torsinplein. Tijdens de Franse Revolutie werd het klooster opgeheven en omgevormd tot een gendarmeriekazerne. In de 19e eeuw werd het complex verkocht en omgebouwd tot particuliere woningen.
Het huidige gebouw dateert uit de 18de eeuw. Het kwam op de plaats van andere oudere kloosterdependances. De voorgevel wordt bekroond met een driehoekig fronton met laadvenster. Op de zolderverdieping bevond zich een graanschuur. Het gelijkvloers bestond uit een ontvangstruimte en de gemeenschappelijke vertrekken van de kloosterlingen. Op de verdieping lagen de slaapvertrekken van de hogere geestelijken. De gevels werden opgetrokken in bruinrode baksteen en zijn voorzien van hoekkettingen en raamomlijstingen uit witte Gobertangesteen.
Adres :Beggaardenstraat 18-24 in Tienen
Klooster van de Annunciaten
Op de hoek van de Waaibergstaat en de Veldbornstraat stond tot circa 1830 een kapel, opgedragen aan Sint-Jacob van Compostella. Daarrond werd in 1627 een annunciatenklooster gebouwd. Het oorspronkelijk vierkant grondplan is redelijk goed bewaard. De twee vleugels werden intussen grondig gerestaureerd. Het klooster is volledig in traditionele bak- en zandsteenstijl opgetrokken.
Tijdens de inname van Tienen door de Hollandse en Franse troepen in 1635 werd het klooster geplunderd en volledig leeggeroofd. De gebouwen zelf bleven toen gelukkig gespaard, in tegenstelling tot vele andere in de stad. Op 16 mei 1798 kocht arts Nicolaes Meys het klooster met alle aanhorigheden over. Daarna wisselde het nog geregeld van eigenaar en functie. Een deel van het klooster, namelijk de noord-, oost- en westvleugel, samen met de naastliggende vroegere tuin, is nu in gebruik door de nabijgelegen school (VIA Tienen). Sinds 1996 is de vleugel samen met het resterende gedeelte van de vroegere boomgaard eigendom van het Tiense OCMW.
Adres: Veldbornstraat 114 in Tienen
Klooster der witzusters
Schuin tegenover de Tiense Suikerraffinaderij bevindt zich klooster der witzusters. De ‘wittevrouwen’, in navolging van Maria Magdalena, richten het op in 1250. Het klooster werd sterk beschadigd tijdens de inneming van de stad in 1607. De kerk en de conventgebouwen werden nadien grondig hersteld. In 1800 werd het goed openbaar verkocht. In de loop der jaren werd het voormalige kloostercomplex verschillende malen verbouwd. In 1930 kocht de Tiense Suikerraffinaderij het over om te gebruiken als ontvangstcentrum. Ondanks recente, ingrijpende renovaties en de witte gevelverf, is de traditionele bak- en zandsteenarchitectuur van circa 1700 nog herkenbaar.
Adres: Aandorenstraat 2 in Tienen
Klooster der augustijnen
Ook de augustijnen arriveerden in Tienen. Rond 1615 openden ze er een college. Twee jaar later verwierven ze de Sint-Barbarakapel en in de jaren daarna groeide hun aanzien en rijkdom door de aanzienlijke schenkingen. In 1635 sloeg het noodlot toe en werden hun gebouwen gedeeltelijk verwoest tijdens het beleg van de stad. In 1796 werden de gebouwen verkocht en enkele jaren later legde een zware brand de gebouwen grotendeels in as. Vandaag blijft er enkel een langsgebouw van twee verdiepen hoog over.
Adres: Dr. J. Geensstraat 14 in Tienen
Abdijhoeve 'Maagdendaal' - Oplinter
De vierkantshoeve uit de 17de- 18de eeuw fungeerde als kloosterboerderij en maakte deel uit van de cisterciënzerinnenabdij van Maagdendaal, gesticht rond 1215. De bewaarde elementen dateren uit de 17de en 18de eeuw. Van de abdij bleef eveneens de barokke toegangspoort met onleesbaar opschrift en datering (1661) bewaard.
Adres: Kloosterstraat 40 in Oplinter
Billighouthoeve - Breisem
De vierkanthoeve uit de 18de eeuw heeft een indrukwekkende schuur. De hoeve behoorde tot aan de Franse Revolutie toe aan de Abdij van Kornelismunster bij Aken en was gekend onder de naam Hof ter Bonbroeck.
Adres: Billighoutstraat 101 in Breisem