Tienenaars houden van lekker eten en drinken. Tegelijk is Tienen een stad met een rijke geschiedenis en traditie. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat onze streekproducten vaak al eeuwenoud in gebruik zijn. Geniet mee van lekkere, traditionele Tiense streekproducten!
Toteman
Het kerstbrood dat sinds eeuwen in Tienen wordt gemaakt (en vroeger op kerstavond werd gegeten) is een ‘toteman’; een rijk, wit krentenbrood met twee ‘toten’ (deuken of bulten) dat de vorm heeft van het ingebusselde kerstekind. Vroeger zat er als versiering in het midden van een ‘toteman’ een platte, ronde schijf uit pijpsteenaarde. Het uitdelen van totemannen bestaat in Tienen al lang. In 1551 maakte de toenmalige pastoor in het Begijnhof zijn beklag dat hij geen toteman met Kerstmis had gekregen.
Tiense bieren
De leemstreek rond Tienen leent zich uitstekend tot de teelt van graangewassen, granen die verwerkt werden tot meel en brood, maar ook tot bier en jenever. In het midden van de 19de eeuw waren er in Tienen nog zes brouwerijen en acht jeneverstokerijen. De Tiense stokerijen overleefden de Duitse koperopeisingen tijdens de Eerste Wereldoorlog en de wetten tegen het alcoholisme niet. Vooral de wet Vandervelde (1919) ter beteugeling van de openbare dronkenschap, betekende de doodsteek voor deze bedrijven.
Van de 19de-eeuwse Tiense brouwerijen zijn er nog wat sporen bewaard. De brouwerij ‘Den Anker’ was oorspronkelijk gelegen op de hoek van het Torsinplein en de Hoegaardenstraat en maakte later deel uit van de brouwerij Pieraerts. Brouwerij Pieraerts werd in de volksmond ook wel de ‘Brouwerij der Dokters’ genoemd en brouwde het populaire ‘Zoegbier’. Brouwerij Vandenschrieck bevond zich in de Sint-Katharinastraat. In 1926 werd ook deze brouwerij overgenomen door Pieraerts. Brouwerij Pieraerts sloot de deuren in 1955.
Tattepoem
De enige echte onvervalste Tiense ‘tattepoem’ is een voorbeeld van huisvlijt en zuinigheid van weleer. Bij het taartenbakken gooiden de zuinige huismoeders het laatste restjes deeg niet graag weg. Van deze deegrestjes werden ovale deegflappen gemaakt die werden gevuld met appelmoes (‘appelspèès’).Op kermisdagen mocht het wat feestelijker en voegden ze er rozijnen aan toe. De deegflappen werden gesloten, bestreken met eigeel met wat water of melk, bestrooid met suiker (we zijn nu eenmaal de suikerstad) en in de laatste warmte van de oven’ croustillant’ gebakken. Begin je al te watertanden?
Leuk weetje: de tattepoem wordt in Tienen ook 'broektès' genoemd, omdat het de vorm van een broekzak heeft.