Philippe Niclaes is regisseur, filmmaker, cameraman en bovenal Tienenaar. Hij is ook (klein)zoon van de gekende drogisterij Niclaes in de Leuvensestraat, die al meer dan 80 jaar bestaat. Philippes ontroerende documentaire ‘Zolang we kunnen’ is een ode aan de uitstervende buurtwinkels. We praten met hem over zijn werk en leven in Tienen.
Philippe Niclaes’ favoriete plekken in Tienen
Tennisclub Roosendael
"Ik tennis sinds mijn 8 jaar bij Tennisclub Roosendael. De terreinen liggen aan de Rozebeekvallei, middenin een glooiend landschap. Je waant je er telkens op vakantie. Tienen heeft prachtige natuur rondom de stad, je kan hier heerlijk wandelen."
De dinsdagmarkt
"Ik vind het contact met de marktkramers zalig. Ik kom er inkopen doen of plantjes kopen voor mijn moestuin. Maar het vaakst sta ik aan de snoepkraam, voor snoepjes voor mijn jongens (en mezelf)."
Drogisterij Niclaes
"Mijn grootvader opende de winkel nog voor WO II. Daarna namen mijn ouders over en nu is het aan mijn zus Isabelle. Het is bijna onwezenlijk dat de winkel nog steeds bestaat. We verkopen nog altijd min of meer dezelfde producten. Hopelijk halen we de 100 jaar."
Dag Philippe, heel wat Tienenaars zullen je kennen als ‘zoon van de drogist Niclaes’. Hoe was het om op die plek op te groeien?
Mijn ouders hadden weinig tijd, want ze stonden altijd in de winkel. Dus hielpen mijn broer, zus en ik waar nodig. We gingen naar de bakker, slager … en op het einde van de dag naar de bank om de opbrengst van die dag op de rekening te zetten. Mijn vader was ook voorzitter van de handelaarsbond en als er dan evenementen waren moesten mijn broer en ik affiches gaan ophangen.
Onze winkel ligt in de Leuvensestraat, ik groeide op in het hart van de stad. Toen zag die straat er wel anders uit dan nu. Je had onze drogisterij, 2 slagers, de Boterbloem (voormalig grootwarenhuis), een kaaswinkel en drie bakkers allemaal op een steenworp van elkaar.
Vele van de zaken die je opnoemt zijn intussen verdwenen, maar de drogisterij van je ouders bestaat nog altijd. Wat is het geheim van Niclaes?
De winkel bestaat inderdaad al meer dan 80 jaar. Intussen heeft mijn zus de zaak overgenomen. Je vindt bij Niclaes specifieke producten die je in de supermarkt niet tegenkomt, bijvoorbeeld onderhoudsproducten om je stenen vloer te kuisen of een leren zetel in te smeren. Die maken we nog altijd zelf, achteraan in de winkel. Als kind moesten wij ook meehelpen. Dan kwam onze vader met een formule in zijn handen aangewandeld en moesten wij roeren, flessen vullen en in de winkel zetten.
Meestal komen de mensen de drogisterij binnen met een vraag. Online is het veel moeilijker om een persoon te spreken. En een drogist, die helpt je met persoonlijk advies. Ik denk dat de mensen daar opnieuw naar verlangen.
Meestal komen de mensen de drogisterij binnen met een vraag. Online is het veel moeilijker om een persoon te spreken. Een drogist helpt met persoonlijk advies.
Philippe met zijn zus Isabelle, die nu de winkel uitbaat.
Jouw zus heeft de winkel overgenomen, zeg je. Jijzelf hebt nooit die ambitie gehad?
Het was eigenlijk snel duidelijk dat mijn zus daar het meeste voor interesse had. Als mijn ouders een keer een weekend weggingen, dan hield zij de winkel open. Het is eigenlijk pas toen onze vader gestorven was, dat ze echt heeft uitgesproken dat ze graag de winkel wou overnemen. Daardoor is onze mama ook niet alleen, dus ik ben mijn zus heel dankbaar.
Met ‘Zolang we kunnen’ maakte je een documentaire over drie buurtwinkels, waaronder die van je eigen familie. Hoe was het om je familieleden in beeld te brengen?
Van de drie winkels was onze eigen winkel de moeilijkste om te filmen. Mijn mama heb ik echt moeten overtuigen. Toen ze uiteindelijk het resultaat zag, was ze toch blij dat ik hem gemaakt heb. Ze krijgt er nog altijd reacties op.
De meeste mensen zullen je kennen van de ‘Dwars Door …’ – reeks op Eén, waarin je met Arnout Hauben en Ruben Callens meerdaagse wandelingen maken. Hoe is dat idee ontstaan?
Arnout wou een nieuw wandelprogramma maken over de Noordzee en zocht een nieuwe ploeg. Ik ben geen cameraman pur sang en Ruben is ook geen klankman van opleiding, maar tussen ons klikte het meteen. Daarna zijn we gewoon vertrokken en intussen zijn we vijf reeksen verder.
Mijn mama heb ik echt moeten overtuigen. Toen ze uiteindelijk de documentaire zag, was ze toch blij dat ik hem gemaakt heb.
Onlangs hebben jullie in Nederland de Gouden Televizier-Ring gewonnen, een belangrijke televisieprijs. Was dat voor jullie een ultieme bekroning op het werk?
Het deed enorm veel plezier om die erkenning te krijgen. Zeker in Nederland, dat hadden we niet verwacht. Die prijs bestaat er al meer dan 50 jaar, dus betekent toch wel iets. Tijdens de show zaten we naast André Van Duin, een levende legende. We hebben daar een geweldige avond beleefd.
Het valt op dat zowel in je eigen documentaires als in de programma’s waarin je meewerkt de man in de straat centraal staat. Is dat een bewuste keuze?
Ik geloof dat elke mens een verhaal heeft. Je valt soms achterover van wat iemand heeft meegemaakt. Dat kan zowel geluk als verdriet van iemand. Iedereen krijgt met die emoties te maken en dat maakt het net interessant.
Bij Dwars door de Lage Landen koppelen we daar ook wat lokale geschiedenis aan. Zo leer je iets bij over je eigen streek. Mensen gaan vaak een weekendje weg, maar verkennen hun eigen streek niet. Ze vergeten soms hoe mooi het in hun buurt kan zijn. Zo heeft Tienen ook prachtige plekken die te weinig mensen kennen.
Je woont zelf nog altijd in Tienen? Is dat na het vele reizen voor het werk nog altijd thuiskomen?
Ik hou van mijn stad. Tienen heeft een enorm potentieel. Mensen praten de laatste jaren veel over leegstand, maar ik geloof erin dat het hier helemaal kan heropleven. Mensen hunkeren naar persoonlijk contact met buren en winkeliers. Laat die ambachten maar allemaal terugkomen!