Paasmaandag in Hakendover, traditioneel de mooiste dag van het jaar. Duizenden bezoekers zakken af naar de Tiense deelgemeente om de indrukwekkende Paardenprocessie te bewonderen. Deze eeuwenoude traditie, die al meer dan zeven eeuwen wordt doorgegeven, brengt een unieke combinatie van geloof, geschiedenis en gemeenschapszin samen. Het hoogtepunt is de indrukwekkende galop van de paarden op de Tiense berg.
Gastgroepen en lokale traditie
Ieder jaar verwelkomt Hakendover tal van gastgroepen. Samen met de lokale verenigingen zoals de Koninklijke Fanfare Sint-Isidorus, de Sint-Sebastiaansgilde en andere deelnemers, zorgen zij voor een rijk en gevarieerd geheel van muziek, traditie en historische taferelen.
Al sinds 1890 trekken bedevaarders uit Nederland – onder andere uit Breda, Tilburg en de Meierij – jaarlijks naar Hakendover. Hun trouwe aanwezigheid onderstreept het grensoverschrijdende karakter van deze traditie.
Hoogtepunt op de Tiense Berg
Na de plechtige eucharistieviering om 10.00 uur, zet de processie zich in beweging richting de Tiense Berg. Daar vindt het absolute hoogtepunt plaats: de paardengalop, waarbij honderden ruiters drie keer over de akkers rijden. De legende wil dat de platgestampte aarde toch rijke vruchten zal leveren.
Na de galop is het de beurt aan de jongste ruiters tijdens de ponygalop, een hartverwarmend moment voor jong en oud.
Na afloop keert de stoet terug naar het dorp, waar de paarden en ruiters individueel worden gezegend aan de kerk.
Meer dan 20.000 toeschouwers zijn jaarlijks van dit spektakel getuige. Sinds 2022 is de Paardenprocessie opgenomen in de Vlaamse inventaris voor het Immaterieel Cultureel Erfgoed.
Feest in het dorp
Naast het religieuze en folkloristische luik, is er ook ruimte voor ontmoeting en gezelligheid. De kermis en de lokale horecazaken en gelegenheidscafés zorgen voor een levendige sfeer, waar bezoekers kunnen napraten en genieten van een hapje en een drankje.
Legende
De Paardenprocessie beeldt de legende uit van de bouw van de kerk van de Goddelijke Zaligmaker.
Omstreeks het jaar 690 kwamen drie vrome maagden uit Rome in Hakendover aan. Zij besloten een kerk te bouwen ter ere van de Goddelijke Zaligmaker.
Eens aangekomen in de omgeving van Tienen, begonnen ze aan de bouwwerken. De keuze van de locatie kon God blijkbaar niet bekoren: alles wat de werkmannen bouwden, werd ‘s nachts door engelen vernield. De maagden zochten een nieuwe plaats uit, maar ook daar herhaalde zich het vorige scenario. Ten einde raad vroegen ze aan God om hen bij te staan, waarop Hij een engel zond die hen een plaats aanwees: op de plaats waar zich nu het hoogaltaar bevindt, stond een spikdoorn in volle bloei. Op een tak van de boom zat een vogel met een tekstrol in de bek. Hierop stond in vergulde letters geschreven ‘Dit is de plaats door God uitverkoren en aan de drie maagden aangewezen om er een kerk te bouwen in naam en ter ere van de goddelijke Zaligmaker, onze Heer Jezus Christus’.
De spikdoorn werd gekapt en de twaalf beste werklieden van de streek werden aangeworven om met de bouw te starten. Een dertiende werkman, die bij de werkzaamheden duidelijk aanwezig was, ontbrak telkens tijdens de maaltijden en bij de uitbetaling van het loon. Het was de Heer zelf die bij de bouw van het heiligdom assistentie bood ...
Het hele verhaal van de stichtingslegende van de kerk werd gebeiteld in een houten retabel omstreeks 1405. Het retabel, geplunderd in 1978, werd recent hersteld en vervolledigd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Het is één van de oudste en merkwaardigste retabels van Brabantse oorsprong die er bestaan.