De drie tumuli van Grimde zijn de laatste bovengrondse getuigen van het roemrijke Romeinse verleden van de stad. De drie hoge heuvels herbergen een hele geschiedenis.
De drie tumuli van Grimde zijn er, misschien zelfs letterlijk, een van de hoogtepunten. Al meer dan tweeduizend jaar hebben de Gallo-Romeinse overblijfselen de Tienenaars en talrijke voorbijgangers gefascineerd. We hebben weet van een dertigtal Romeinse grafheuvels in de directe omgeving van Tienen, maar door erosie en menselijke activiteiten zijn ze allemaal verdwenen. Behalve de tumuli van Grimde.
De drie heuvels vormen een grafmonument van een vooraanstaande inwoner van de Romeinse nederzetting in Tienen. Ze werden aangelegd langs de Romeinse hoofdweg Keulen-Boulogne. De belangrijkste inwoners van de vicus bezaten een hoge status die weerspiegeld werd in de manier waarop ze begraven werden. Alleen de allerbelangrijksten werden onder een tumulus bijgezet. De prestigieuze grafmonumenten bevonden zich meestal aan de rand van een weg zodat de voorbijgangers hun grandeur konden bewonderen en de overledene konden gedenken.
Marcus Probius Burrus
Sinds de opgravingen van 1892 kennen we de identiteit van de persoon die in Grimde met veel egards begraven werd. Dankzij een gouden buisje met het opschrift ‘M(arcus) Probius Burrus’, dat zich onder één van de heuvels bevond, kennen we zelfs zijn naam. Marcus Probius Burrus is daardoor de oudste met naam gekende inwoner van Tienen.
Het grafmonument van Marcus Probius Burrus bestaat uit drie aangelegde heuvels met een diameter van bijna 30 meter en een hoogte van meer dan 10 meter. De heuvels werden in 1892 opgegraven onder leiding van baron A. de Loë van de Société Archéologique de Bruxelles. Hij liet in de drie tumuli gangen graven om er op zoek te gaan naar grafkamers. Dit lukte in de eerste en de derde.
Tumulus 1
Onder de eerste tumulus bevond zich op een diepte van drie meter onder het loopvlak een houten grafkamer van drie meter op drie meter. De wanden van de grafkamer waren bekleed met houten planken. De afdekking bestond uit dikke houten balken, die later instortten. Op de bodem van de kamer bevonden zich crematieresten.
In een houten kistje bevonden zich 3 unieke voorwerpen van onschatbare waarde:
- een camee uit sardonyx: een camee is een kunstwerkje of sieraad dat bestaat uit een steen of schelp waarin een afbeelding is gesneden. Sardonyx is een halfedelsteen. Op een donkerrode achtergrond werd het matwitte portret van de jonge keizer Augustus uitgesneden. Deze camee was gevat in een gouden versierde omraming. Op de achterkant werd een bronzen naald aangebracht, zodat het stuk als broche kon gebruikt worden.
- een gouden ring: deze ring werd gesierd met amazoneschilden waartussen de woorden ‘CONCORDI(AE) COMMUN(I)’ gesmeed werden. Het gaat om een verlovingsring met het opschrift ‘voor een gemeenschap in goede verstandhouding’. In de Romeinse tijd was het de gewoonte dat de bruid op het verlovingsfeest een gouden ring kreeg. Het opschrift drukt de wens uit naar een huwelijk in goede verstandhouding.
- een mantelspeld (diameter 5 cm): de voorzijde van de speld was bezet met een verguld zilverblad, versierd met 3 kringen zilveren kraaltjes. Het geheel was met een zilveren lijstje omkranst.
Verder bevonden zich in de kamer nog een bolronde glazen fles met gegraveerde ringen, een bronzen wijnkan met een leeuwenkop, een bronzen patera (steelpan) met geribd handvat uitlopend op een gebaard Ammonshoofd, een klein zilveren doosje, de resten van een tafeltje of vouwstoel met bronzen poten, een bronzen paardentuig, een knipmes met ijzeren blad en een handvat met een vrouwenbuste en een mes met een handvat in git.
Waarschijnlijk stond er ook een wagen in de grafkamer. Talrijke elementen van een paardentuig en onderdelen van een wagen wijzen in deze richting. In de grafkamer bevonden zich ook kruikamforen en kookpotten. Hierin werd ongetwijfeld voedsel en drank voor de dode meegegeven.
Jammer genoeg werden alle voorwerpen van de opgravingen openbaar verkocht om de kas te spijzen in 1894. Gelukkig kocht de Belgische Staat de meeste voorwerpen voor de collectie van het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis van Brussel.
Oude prentkaart van de Tumuli
Tumulus 2
Onder tumulus 2 werd enkel een paal aangetroffen. De functie van deze paal is niet duidelijk. Mogelijk was dit de fundering van het beeld van de overledene.
Tumulus 3
Onder tumulus 3 bevond zich een grote houten kamer van vijf meter op drie meter. De overblijfselen van een veertiental grafgiften lagen hier gebroken en door elkaar geworpen, samen met brandresten en stukjes been. Het gaat hoofdzakelijk om aardewerk met voedsel en drank als offer voor de dode en de goden van de onderwereld: een terra sigillata kom, 2 terra nigra bekers, een steelpan, 2 kookpotten waarvan 1 met deksel en 2 kruikamforen.
Een bijzondere vondst is het gouden staafje met opschrift ‘MPRO/BIUS/BUR/RUS’. Dit lijkt een verwijzing naar de naam Probius Burrus, de man voor wie de graftombe gemaakt werd.
Adres: Sint-Truidensesteenweg in Tienen, parking bereiken via Tricotstraat in Tienen.