Paasmaandag in Hakendover. Duizenden mensen zakken af naar het kleine dorp om de indrukwekkende Paardenprocessie te bewonderen. De eeuwenoude traditie is springlevend. Wij zochten en vonden drie generaties van dezelfde familie die samen meewandelen in de processie. Kleinkind, moeder en grootvader: zij aan zij beleven ze de mooiste dag van het jaar in Hakendover.
De vlaggen hangen uit, de stoep krijgt nog een laatste schrobbeurt en de spanning stijgt. Je voelt dat iedereen in Hakendover zich klaarmaakt voor de Paardenprocessie. Buren, vrienden, maar vooral ook families vieren al eeuwenlang samen een heel weekend lang hun eigen traditie. De paarden zorgen telkens voor spektakel, maar in Hakendover is de processie zelf minstens even belangrijk. Die beeldt de legende uit van de bouw van de Kerk van de Goddelijke Zaligmaker.
Daar zijn jaarlijks honderden figuranten voor nodig. De plekjes in de processie zijn gegeerd en blijven vaak in de familie. Heel uitzonderlijk lopen er zelfs drie generaties in de processie mee. Zo ook bij Fleur, Monica en Luc. Ze zijn niet geboren in Hakendover, maar werden meteen meegesleurd in het enthousiasme rond de Paardenprocessie.
Eerste ervaring
Het verhaal van Luc klinkt waarschijnlijk herkenbaar voor vele Hakendovenaars die in de processie terechtkomen: “Tijdens Hakendoverwijn, nog zo’n traditie in ons dorp, raakte ik in gesprek met leden van het processiecomité. In ietwat benevelde toestand stemde ik toe om mee te wandelen bij de volgende processie. Zo ben ik in 2014 voor het eerst onder het beeld van de Goddelijke Zaligmaker gesukkeld (lacht). Dat was ook het jaar dat mijn kleindochter Fleur geboren is, dus dat maakt het extra speciaal. Van de eerste keer herinner ik me vooral dat het beeld best zwaar was. Het was een fijne ervaring en ik ben blij dat ik nog steeds mee kan wandelen.”
Ook zijn dochter Monica kwam per toeval in de processie terecht. “Mijn overbuurvrouw droeg jarenlang mee aan het Onze-Lieve-Vrouw-beeld in de processie. Toen dat voor haar fysiek moeilijker werd, heb ik haar taak overgenomen. Ons beeld wordt alleen door vrouwen gedragen, dat maakt het toch bijzonder. We vallen ook op in onze witte gewaden tussen de vele mannelijke figuranten. Ik ga mijn plekje niet snel opgeven, ik vind het een hele eer.”
Het Onze-Lieve-Vrouw-beeld wordt alleen door vrouwen gedragen, dat maakt het toch bijzonder. We vallen ook op in onze witte gewaden tussen de vele mannelijke figuranten.
Intussen trad ook Fleur in de voetstappen van haar moeder en grootvader. “Ik zag mijn familie meewandelen en het leek me wel leuk om zelf mee te gaan. Ik heb dan eens meegelopen en ben het gewoon blijven doen omdat het zo fijn is. Ik draag nu het bordje van het Mariabeeld.”
Emotioneel moment
Met veel toewijding stapt ons drietal mee in de processie. Wat drijft hen om er telkens opnieuw tijd in de steken?
“Het is een eeuwenoude traditie. Wij vinden het belangrijk dat die blijft bestaan. Daarom dragen we graag ons steentje bij,” vertelt Monica. “Het hele gebeuren trekt veel volk naar ons anders zo rustige dorp. Het geeft toch een speciaal gevoel om al die mensen samen te zien komen. Als je merkt dat er zelfs Nederlanders of mensen van verder komen kijken, dan besef je dat het echt iets bijzonders is.”
“Het heeft bijna iets magisch,” beaamt Luc. Zeker nu ik het met mijn dochter en kleindochter kan doen. Ik word nu ook herkend in het dorp. Want je draagt de Goddelijke Zaligmaker, toch wel hét beeld van Hakendover. En wetende dat zovele mensen het voor onze tijd hebben gedragen. Zolang ik mee kan, ga ik dat blijven doen.”
Het geeft toch een speciaal gevoel om al die mensen samen te zien komen. Als je merkt dat er zelfs Nederlanders of mensen van verder komen kijken, dan besef je dat het echt iets bijzonders is.
Voor de mensen die meelopen in de processie is het een lange dag. Ze staan ’s ochtends vroeg op om aangekleed en geschminkt te worden in de school van Fleur. Daarna volgt de misviering en uiteraard de processie zelf. De optocht trekt naar de Tiense berg, waar de paarden in galop door de velden razen. Voor Fleur blijft dat toch het hoogtepunt van de dag:
“Ik vind het echt leuk om naar te kijken. Er zitten zo'n mooie paarden tussen, vooral de boerenpaarden vind ik grappig. Het is maar één keer per jaar dat je zoiets moois kan zien, ik kijk er telkens naar uit.”
Grootvader Luc heeft een specifieker lievelingsmoment: “wat me telkens raakt, is het moment dat we op het einde van de processie aankomen aan de kerk. Eerst dragen we het Onze-Lieve-Vrouwbeeld naar binnen, dan volgt het beeld van de Goddelijke Zaligmaker. Daarna volgt er nog een slotceremonie waarbij de fanfare van Hakendover het slotlied speelt. Om de drie jaar komen daar ook de doedelzakken bij. Dit jaar is dat opnieuw het geval. Heel het dorp zit dan in de kerk, dat is telkens een emotioneel moment”, zegt hij met tranen in de ogen. Het is mooi om te zien hoe diep de band van de mensen uit het dorp met de processie is.
Gelegenheidscafés
Wanneer de fanfare is uitgespeeld en de paarden gewijd zijn, is het tijd voor de gelegenheidscafés. Want ook dat maakt Paasmaandag is Hakendover zo uniek. De garagepoorten gaan open, de togen komen tevoorschijn. Het dorstige volk stroomt toe op de kleine, gezellige plekken in het dorp. Monica heeft zelf een gelegenheidscafé uitgebaat, dus ze weet waarover ze spreekt.
“Ik was zo’n vijf jaar mede-uitbaatster café De Zaligmaker aan de kerk. Iedereen denkt aan Paasmaandag, maar het weekend begint dus al op donderdag en eindigt pas op dinsdag. Dan is er nog koers in het dorp en is er ook de afsluitingsdag van het processiecomité. Dat zijn dus best pittige dagen en brengt veel drukte met zich mee. Sinds ik met het café gestopt ben, neem ik de tijd om de andere gelegenheidscafés te bezoeken. Ik heb geen voorkeur, ze hebben allemaal hun eigen sfeer. Je komt mensen tegen die je een jaar niet gezien hebt. Het is toch echt wel uniek om samen op zo een kleine oppervlakte te vieren.”
Gaat dochter Fleur al mee op café? “Nee, ik zit liever op de kermis,” zegt ze braaf. “Ik spreek daar af met mijn vriendinnen van de klas. Het is wel handig dat onze ouders vlakbij zitten, dan kunnen we er altijd naartoe als we iets nodig hebben.”
Wacht maar, denkt grootvader Luc. Over een paar jaar zie ik je aan de toog van één van de gelegenheidscafés staan. Want ook dat is in de voetsporen van de familie treden.