Standbeelden zijn belangrijk om helden of historische gebeurtenissen te herinneren. Tienen is een stad met een rijk verleden, dus zijn er ook beelden te vinden om die geschiedenis levendig te houden. Tienen zou Tienen niet zijn als er ook wat atypische standbeelden terug te vinden zijn.
Groene Jef
Eén van de pronkstukken aan de Grote Markt is het standbeeld van een strijder, in de volksmond ‘Groene Jef’. Het imposante bronzen beeld aan de kerktuin is van de hand van de legendarische Antwerpse beeldhouwer Jef Lambeaux. Het beeld uit 1905 herdenkt de 75ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid.
Onze Groene Jef heeft veel meegemaakt. Zoals de meeste bronzen beelden op openbare plaatsen is ook dit monument door de patina van het brons groen geworden, vandaar de bijnaam 'De Groene' of 'Groene Jef'. Door een overrestauratie verloor hij enkele jaren geleden zijn typische groene kleur. Gelukkig is hij sinds opnieuw gerestaureerd om hem terug naar zijn originele, volle glorie te brengen. Vandaag schittert Groene Jef als nooit tevoren.
Gouden Madam
Een ander groots monument is de gevleugelde vrouwenfiguur met wapperende gewaden aan de Kalkmarkt. Het monument ter ere van de Tiense gesneuvelden en gedeporteerden van WO I beeldt de Griekse godin van de overwinning Nikè uit. Ze kreeg in Tienen al snel de bijnaam ‘De Gouden Madam’. Het standbeeld uit 1923 is een verguld bronzen beeld gemaakt door de Brusselse kunstenaar Egide Rombaux. De Brusselse architect Leon Govaerts ontwierp de sokkel.
Op drie zijden van de sokkel staan de namen van de 81 gesneuvelde Tienenaars in militaire dienst en de 7 gedeporteerde burgers die hun ballingschap niet overleefden. Het portret van de koning-soldaat Albert I siert de voorzijde van het monument. De plaatsnamen herinneren aan belangrijke wapenfeiten in de oorlog. De vierlobbige zuil is samengesteld uit de loop van vier kanonnen. Elk kanon draagt een naam van een belangrijke veldslagen van het beginoffensief in 1914: IJzer, Luik, Houtem en Halen. Uit de vlammen en de rook, die uit de monden van de kanonnen spuwen, wordt Niké geboren. De krans van laurier op de sokkel is met vier trouwen aan de kanonnen bevestigd. Op de vier hoeken liggen vier vlammende kanonballen.
De Gouden Madam en haar sokkel werden recent gerenoveerd. Sindsdien waakt Nikè met haar gouden gloed over de Tienenaars.
Pikke Stijkes
Als je op de Grote Markt het poorthuis van ‘De Tinnen Schotel’ doorsteekt richting de Tiense bibliotheek, stoot je op het standbeeld van ‘Pikke Stijkès’. Pikke was een Tiense een kwajongen, uit de boeken van de Tiense schrijver Léon Rubbens.
Er verschenen drie romans met ‘Pikke Stijkès’ in de hoofdrol, namelijk in 1952, 1958 en, wat later, in 1980. Over wie nu model heeft gestaan voor Pikke en of hij wel ooit echt heeft bestaan, doen allerhande verhalen de ronde. Rubbens zelf heeft altijd verklaard dat “een bijzonder verstandig en vinnig kereltje, maar ook een doortrapte kwelzieke rakker” hem heeft geïnspireerd bij de creatie van het hoofdpersonage in zijn drie romans. Pikke is de Tiense variant van de voornaam Pierre. Stijkès is een stekelbaarsje.
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Pikke in 1998, onthulde het ‘Kommetéét va Pikke Stijkès’ dit beeld van kunstenaar Ivan Struys. De schrijver, Léon Rubbens heeft de onthulling van het beeldje van z’n geesteskind niet meer meegemaakt. Hij overleed in 1981 op 80-jarige leeftijd.
Spaile bè de maais oep de braai van ’t kottegoar
Een beetje verborgen in het groen van de kerktuin vind je een klein standbeeld van een spelend kind. Meer Tiens dan dit zal het niet worden. Het kind knikkert op de stoep van het politiekantoor (het gebouw dat je schuin achter het standbeeld ziet, was vroeger eigendom van het voormalige Corps de Garde). De naam van het standbeeld draagt dan ook de meest typisch Tiense dialectzin: ‘Spaile bè de maais oep de braai van ’t kottegoar’.
Wie deze typische Tiense dialectzin ooit heeft uitgesproken en in welk verband, zal voor altijd een raadsel blijven. Op vraag van de Serviceclub Kiwanis creëerde de Tiense kunstenaar Daniël De Ruyter dit beeld.
Monument ter ere van de gesneuvelden bij Sint-Margriete-Houtem
In 1921 wou de Gentse oud-strijdersvereniging Amicale des Anciens Combattans de Hauthem Ste-Marguerite graag een herdenkingsmonument voor de Belgische gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog oprichten.
Het oorlogsmonument op de Kabbeekvest is ontworpen door de Gentse beeldhouwer Hippolite Le Roy. Zijn broer, de architect Maximiliaan Le Roy, ontwierp de sokkel.
Het monument staat bol van de vaderlandslievende retoriek en herdenkt de veldslag bij Sint-Margriete-Houtem in 1914. Het beeld zowel de heldenmoed van de Belgische troepen als de gruweldaden van het Duitse leger uit.
Centraal staan twee Belgische militairen. De liggende officier, gewond maar vastberaden, wijst naar Sint-Margriete-Houtem en spoort zijn kameraden aan. De staande soldaat reageert door zijn geweer te herladen.
Aanvankelijk werden op de vleugels van het monument scènes afgebeeld van Duitse schendingen van Belgisch grondgebied. De Duitse overheid nam aanstoot aan deze afbeeldingen en liet de platen tijdens de Tweede Wereldoorlog verwijderen. Tegenwoordig sieren symbolische emblemen en inscripties het monument, met verwijzingen naar veldslagen en de oprichters.
In 2018 werd het 55 ton zware oorlogsmonument met grote kranen verplaatst voor de herinrichting van de vesten door het Agentschap Wegen en Verkeer. Een oorlogsmonument dat door de lucht zweefde, het was zeker iets unieks.