In een eeuwenoude stad als Tienen vind je uiteraard ook mythische kastelen. Ze tonen de grandeur van weleer, en hun architectuur ademt elegantie. Wie weet ontdek je wel een verborgen parel tussen deze historische landgoederen!
Kasteel van Ast
In het begin van de 19de eeuw lag er ten noordwesten van Goetsenhoven nog een klein gehucht genaamd ‘Den Ast’. Het bestond uit drie grote boerderijen, drie huizen en een kapel met bijhorend kerkhof. De Tiense wijnhandelaar Gustaaf Van Den Schilde kocht een groot deel van de percelen op en liet er een kasteel bouwen rond 1865. Het is een van de eerste eclectische gebouwen in onze regio, met een schilddak dat herinnert aan sobere landhuizen en een torenachtige middenrisaliet (vooruitspringende gevelpartij) die middeleeuws aanvoelt. In 1917 komt het kasteel in handen van Gaston Philips, een Brusselaar die een van de belangrijkste grondeigenaars van Goetsenhoven wordt. Hij voert nog wat wijzigingen toe, met als opvallendste de wintertuin. Philips maakte er een ‘Chinese kamer van, met Chinees meubilair en veelkleurig glas. Toen het kasteel in 1977 verkocht werd, verdween het Chinese interieur jammer genoeg.
Het bijhorende park is misschien wel even belangrijk als het kasteel zelf. Je vindt er enkele bijzondere bomen terug. Bijvoorbeeld de Italiaanse esdoorn (Acer opalus) achter het kasteel, veruit de dikste van België. Of een Torreya Californica (één der oudste van België) en een Mammoetboom (hoogte 30 m, omtrek 6,5 m).
Adres: Aststraat 247 in Goetsenhoven
Kasteel van Oorbeek
Verscholen tussen het groen ligt het Kasteel van Oorbeek. De lange toegangsdreef van lindebomen geeft het een zekere verborgenheid. Te midden van een prachtig park, telt het massieve hoofdgebouw drie ronde hoektorens. Het kasteel werd in 1646 gebouwd door de ‘heer van Oorbeek’, Paul Van Ryckel. Dankzij verschillende restauraties is het goed bewaard gebleven. Een van de opvallendste feitjes aan dit gebouw is dat koning Leopold I, vergezeld van de Prins van Orleans, hier enkele dagen verbleef in 1831.
In 1876 komt het kasteel in handen van de Engelse Selina Foster, die getrouwd was met Jules Storms. Storms was een romantische schilder, en vele van zijn werken hangen in de verschillende salons van het kasteel. Tot op de dag van vandaag is het kasteel nog steeds in handen van de familie Storms, die deze Brabantse parel in ere bewaart voor het nageslacht. Het kasteel is dus ook privébezit en niet publiek toegankelijk.
Adres: Begijnenstraat 199 in Oorbeek
Kasteel 'Heren van Goetsenhoven'
In het begin van de 13de eeuw kregen de Heren van Goetsenhoven de middeleeuwse donjon of woontoren in leen. In de 16de eeuw kwam het kasteel door huwelijk in handen van de familie de Merode, die een aantal wijzigingen aanbracht aan het oorspronkelijke gebouw. Deze familie bracht ook haar wapen met opschrift aan boven de inrijpoort.
Ook in de 18de en de 19de eeuw werden belangrijke verbouwingen uitgevoerd. In 1898 werden de verblijfsruimten uitgebreid door de toenmalige eigenaars, de familie Vandenschilde. Deze familie schonk in het begin van de 20ste eeuw het domein aan de Grauwzusters uit Tienen, die het inrichtten als verzorgingstehuis voor bejaarden. Later werd het rustoord aanzienlijk vergroot en kreeg het de naam 'Huize Nazareth'.
Adres: Goetsenhovenplein in Goetsenhoven
Waaiberghof
De eerste melding van een kasteel aan de Waaiberg dateert al van de 13de eeuw. De waaibergstraat is dan ook een van de oudste straten van de binnenstad. De naam zou afgeleid zijn van het Germaanse woord ‘waegin’ wat ‘glooiende berg’ betekent.
In 1235 is er al sprake van 'curtis de Wayenberghe', een hoeve of hof, waarop de abdij van Heylissem cijnsrechten liet gelden. Hoever dit hof zich uitstrekte, blijft voorlopig onzeker. Over de eeuwen heen heeft het 'Huis van Wayenberch' diverse eigenaars gekend. In de 15de eeuw, maar misschien ook vroeger, behoorde het huis reeds toe aan de familie van Houthem. Zij waren één van de voornaamste adellijke geslachten uit de streek, waarvan verschillende leden opklommen tot de belangrijkste bestuurlijke functies in het hertogdom Brabant. Tot in het tweede kwart van de 17de eeuw bewoonden zij het huis. Een andere belangrijke eigenaar was baron Theodoor Willem Maria van Eynatten-Schoonhoven. Deze edelman werd eigenaar in 1759 en was voor het grootste deel verantwoordelijk voor het huidige uitzicht van de woning.
In grote lijnen bestaat het 'kasteel' uit drie onderdelen. Vlak naast de kapel, met de voorgevel uitgevend op het binnenplein, staat een woning uit de 17de of 18de eeuw. Dit is het eerste belangrijke gebouw van het Waaiberghof.
Links van de inrijpoort bevindt zich het tweede belangrijke gebouw, de kapel die toegewijd was aan de H. Maria Magdalena. Er bestaan twijfels over of dit de oude burchtkapel is zoals die vermeld wordt in oude bronnen. De oorsprong van deze kapel gaat terug naar de 13de eeuw. In de kapel staan aan beide zijden spitsboogvensters. Aan de buitenkant kan men nog enkele wapenschilden herkennen. Eens per jaar, op de feestdag van M. Magdalena (22 juli) hadden Tienenaars toegang tot de kapel en mochten ze de kasteeltuin bezoeken.
Het laatste gedeelte is het L-vormige woonhuis. Dit twee verdiepingen tellende huis in Lodewijk XIV-stijl heeft een kwartrond paviljoen. Men denkt dat dit huis dateert uit de 16de 17de eeuw. De grote rechthoekige vensters, waarvan er één verbouwd werd tot een deur, hebben een typische randstenen omlijsting met uitstekende sluitsteen. De vernieuwde bakstenen gevel was voorheen gepleisterd. Het toegangspaviljoen is rijkelijk uitgewerkt met een zandstenen gevel waarin pilasters de rechthoekige deur flankeren. Onder het fronton aan de voorgevel kan men het jaartal 1770 opmerken. Momenteel zijn de gebouwen eigendom van het scholencomplex VIA.
Adres: Waaibergstraat 5 in Tienen