Een van de meest tot de verbeelding sprekende plekken in Tienen is het Begijnhof. Deze plek ademt geschiedenis. Een brand verwoestte een aanzienlijk deel van de kerk, de rest werd ingericht als wandelpark.
Een begijnhof was een bijzondere plek. Het was eigenlijk een ommuurde vrouwenmaatschappij op zich. Een priester zorgde voor de bediening van de erediensten en het verlenen van de sacramenten, maar maakte verder geen deel uit van het begijnhof. Begijnen waren godvruchtige vrouwen, gebonden aan een mystieke regel en verenigd in een gemeenschap; al vormden ze geen kloosterorde. Ze woonden in aparte woningen, droegen specifieke kleding en kwamen weinig buiten de muren van het hof.
Vermoedelijk dateert het Tiense begijnhof van rond 1240. Enkele oude bronnen zeggen dat de gemeenschap al snel groeide naar 300 begijnen. Tijdens de Franse revolutie werd het begijnhof afgeschaft. In 1823 waren er nog maar 27 begijntjes overgebleven. Het laatste begijntje, Anne Catherine Kestens, stierf op 19 maart 1866.
Na de Franse revolutie kwamen de gebouwen van het begijnhof in handen van het ‘Hospice’. De Commissie der Hospiciën vroeg het stadsbestuur begin 1843 om de begijnhofkerk, de infirmerie, enkele woningen en de tuin langs de Borggracht te mogen verkopen aan de paters dominicanen uit Gent. Het stadsbestuur ging daarmee akkoord. De vroeggotische begijnhofkerk, de tweede oudste van België, werd gaandeweg de Paterskerk genoemd. Vandaar dat de twee benamingen in Tienen door elkaar worden gebruikt.
Een brand verwoestte de kerk op 22 september 1976. Na restauratie werd de ruïne ingericht als wandelpark en in 1997 voor het publiek opengesteld.
Adres: Groot Begijnhof 9 in Tienen.
Opgelet: De Begijnhofkerk is momenteel afgesloten uit veiligheidsoverwegingen. Het domein betreden is verboden.