Architectuur bepaalt het uitzicht van een stad. Tienen is een eeuwenoude stad en heeft dus veel ontwikkelingen doorgemaakt. Hoewel niet alles bewaard gebleven is, kent Tienen nog steeds heel wat architecturale parels. We stellen je met veel plezier de geniale breinen achter bijzondere bouwwerken in Tienen voor.
Philippe Robiets, de eerste stadsarchitect van Tienen
Philippe Robiets (1751-1831) was een geboren Tienenaar. Hij heeft een onuitwisbare stempel gedrukt op de stad als stadsarchitect. Hij leidde grote openbare werken en ontwierp ook zelf gebouwen, zoals het hotel de ‘Tinnen Schotel’. Na de brand in 1791 werd dit hotel herbouwd in de elegante Lodewijk XVI-stijl, die eenvoud en rationalisme benadrukt.
In 1823 maakte Robiets een ontwerp voor het nieuwe Burgerlijke Gasthuis, dat echter nooit werd uitgevoerd. Hij bleef wel betrokken als directeur van de werken. Tienen heeft waarschijnlijk nog vele gebouwen die aan zijn creatieve geest te danken zijn.
François Drossaert, architect van de bekendste Tiense gebouwen
Na het overlijden van Philippe Robiets nam de Brusselse architect François Drossaert (1793-1863) het stokje over als stadsarchitect van Tienen. Vanaf 1834 drukte hij een blijvende stempel op de stad. Hij transformeerde in 1836 de 17de-eeuwse gevel van het stadhuis naar een neoklassieke stijl met indrukwekkende Corinthische zuilen.
In 1838 voltooide hij het monumentale Weeshuis, een hoogtepunt van neoklassieke urbanisatie. Hij ontwierp een trapeziumvormig gebouw met drie vleugels, omringd door aangepaste burgerwoningen. In 1846 verbouwde hij het corps de garde op de Grote Markt om plaats te bieden aan diverse gemeentelijke diensten. Zijn werk in deze periode toonde een mix van neoklassieke stijl en nieuwe invloeden.
Drossaert ontwierp ook de nieuwe stadsgevangenis in 1847, waarbij hij oude materialen hergebruikte en een unieke mengstijl creëerde. Hij gebruikte lokale bouwmaterialen zoals zandsteen en kwartsiet, afgewisseld met rode baksteen, wat de gevangenis een opvallende uitstraling gaf. We kennen de stadsgevangenis vandaag als ‘het Toreke’.
Jean-Baptiste Vifquain, pionier van het neoclassicisme in Tienen
Robiets en Drossaert waren zeer verdienstelijke architecten in Tienen, maar de echtr gangmaker van het neoclassicisme in onze stad was Jean-Baptiste Vifquain, een Brusselse ingenieur-architect en urbanist. In de jaren 1820 realiseerde hij de bouw van het nieuwe Gasthuis. Zijn Brusselse collega Werry had een ontwerp gemaakt om de oude gebouwen van het Sint-Janshospitaal in de tuin van de gasthuiszusters uit te breiden. Zijn plan werd niet uitgevoerd en zo kwam de verwezelijking van het nieuwe ziekenhuis in handen van Vifquain. Ook het 'Oudemannenhuis' voor het Weldadigheidsbureel kwam er dankzij Vifquain. Het gebouw bevond zich ter hoogte van de huidige Gilainstraat. Helaas gingen beide gebouwen verloren in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog.
Vifquain was een aanhanger van de ideeën van Jean Nicolas Louis Durant, een grondlegger van het rationalisme in de architectuur. Vifquain maakte snel carrière tijdens het Hollandse bewind en werkte mee aan prestigieuze projecten zoals het koninklijk paleis te Brussel en het kanaal Brussel-Charleroi.
Alphonse Balat (1819-1895) en de St.-Joriszaal
De Brusselse architect Alphonse Balat, bekend om zijn neorenaissance-stijl, ontwierp de Sint-Joriszaal in Tienen als een vroege prestatie in zijn carrière. Balat was beroemd voor zijn gebruik van gekleurde materialen en elegantie, wat ook terug te zien is in deze zaal.
De oorspronkelijke feestzaal van de kruisbooggilde voldeed niet meer aan de eisen, waardoor in 1850 toestemming werd gegeven om een nieuwe zaal te bouwen. Balats ontwerp, een toonbeeld van grandeur, werd echter verwoest door een brand op 17 oktober 1900. Gelukkig bleven de originele gevels behouden en werden hersteld en uitgebreid door architect Van Massenhoven.